Kennisbank
Wat betekent de g-waarde (zontoetreding) van glas?

Wat het getal precies zegt
Bij glas zijn er twee prestatiegetallen die naast elkaar staan. De U-waarde zegt hoeveel warmte er van binnen naar buiten weglekt: hoe lager, hoe beter geïsoleerd. De g-waarde zegt iets heel anders, namelijk hoeveel warmte er van buiten naar binnen komt via zonnestraling. Die twee zijn onafhankelijk van elkaar, en juist daar gaat het in offertes vaak mis: een verkoper noemt bijna altijd de U-waarde, zelden de g-waarde.
Reken het simpel om: valt er op een zonnige dag warmte op je zuidgevel en heeft het glas een g-waarde van 0,60, dan komt 60% daarvan als warmte je kamer in. Bij zonwerend glas met een g-waarde van rond de 0,30 is dat nog maar de helft daarvan. Het verschil voel je letterlijk op een hete middag.
De g-waarde wordt bepaald door de coatings op het glas. Dezelfde metaalcoating die warmteverlies tegenhoudt (en dus de U-waarde verlaagt) filtert ook een deel van de zonnestraling weg. Daarom heeft glas met meer isolerende lagen — zoals triple — meestal ook een lagere g-waarde dan enkelvoudig dubbelglas. Wil je de isolatiekant van dit verhaal verder uitdiepen, lees dan glassoorten en U-waarde.
Winterwinst versus zomerhinder
Een hoge g-waarde is in de Nederlandse winter je vriend. Zonlicht dat via het glas binnenkomt, verwarmt de vloer en de muren en scheelt stookkosten. Bij een zuidgerichte woonkamer met veel glas kan die passieve zonnewarmte op heldere dagen een merkbaar deel van de warmtevraag opvangen. Dat is precies waarom je een lage g-waarde niet standaard moet willen.
In de zomer keert het beeld om. Milieu Centraal wijst erop dat je een woning koel houden het beste aanpakt met een combinatie van maatregelen: zonweren, isoleren, ventileren en groen integreren. Zonweren staat daarbij voorop — en dat is niet toevallig. Buitenzonwering (screens, luiken, een overstek) houdt de warmte tegen vóórdat die het glas bereikt en is daarmee effectiever dan welke coating dan ook. Glas met een lage g-waarde werkt jaarrond, ook wanneer je die warmte in februari graag zou willen.
De praktische volgorde is dus: eerst kijken of buitenzonwering of een overstek mogelijk is, en pas als dat écht niet kan (bijvoorbeeld bij een monumentale gevel of een dakraam dat je niet kunt afschermen) uitwijken naar zonwerend glas met een lage g-waarde. Zit je in een pand met beperkingen op de gevel, check dan eerst de regels voor monumenten en beschermd stadsgezicht, want zonwering aan de buitenkant is daar niet altijd toegestaan.
Kiezen per gevel en per ruimte
De g-waarde is geen instelling voor je hele huis: hij hoort per gevel bekeken te worden. Een noordgevel krijgt nauwelijks directe zon, dus daar levert zonwerend glas alleen maar verlies op — je blokkeert daglicht en warmte die je toch al bijna niet had. Op het oosten is de zon 's ochtends laag en kort aanwezig; meestal geen probleem. Het westen is berucht: laagstaande middag- en avondzon schijnt vlak het raam in, waar een overstek weinig tegen doet. Daar en op een fors beglaasde zuidgevel of een dakkapel speelt oververhitting het sterkst.
Ook de ruimte telt mee. Een slaapkamer op zolder of een dakkapel loopt sneller warm dan een woonkamer op de begane grond, omdat warmte omhoog trekt en het volume kleiner is. Bij een grote glasoppervlakte zoals een schuifpui op het zuiden of westen is de vraag naar de g-waarde bijna altijd terecht — bij een badkamerraampje van 40 bij 60 centimeter niet.
Let er ook op dat zonwerend glas licht kleurt: het geeft vaak een lichte groene of grijze zweem en laat minder daglicht door. Vraag de leverancier daarom niet alleen naar de g-waarde, maar ook naar de lichttoetreding (LTA). Een glas dat 30% van de warmte doorlaat maar ook je kamer merkbaar donkerder maakt, is niet altijd de winst die je zocht.
Wat je in een offerte moet controleren
Vraag bij elke offerte om drie getallen per glassoort: de U-waarde (isolatie), de g-waarde (zontoetreding) en de LTA (lichtdoorlating). Staat alleen "HR++" of "triple" in de offerte zonder cijfers, dan kun je niets vergelijken — twee producten met hetzelfde label kunnen flink verschillen in g-waarde. Zet de opgaves van meerdere bedrijven naast elkaar; hoe je dat systematisch doet lees je bij kozijnofferte vergelijken.
Nog een aandachtspunt is de subsidie. Voor isolerend glas kun je via de ISDE subsidie krijgen, maar de RVO stelt daar harde voorwaarden aan: de isolatiewerkzaamheden moeten volledig door een bouw- of installatiebedrijf worden uitgevoerd — zelf isoleren geeft geen recht op subsidie — en je vraagt de subsidie pas ná uitvoering aan. Ook moet je tijdens de werkzaamheden een foto maken waarop duidelijk zichtbaar is dat het werk op jouw adres plaatsvindt. Er is bovendien geen subsidie voor het deel van je woning dat je vergroot met een aanbouw, extra verdieping of dakkapel. Wat er precies mogelijk is, staat op onze pagina over subsidie op kozijnen en isolatieglas.
Tot slot: de g-waarde is een productwaarde, geen garantie voor comfort. Een kamer die warm blijft ondanks nieuw glas heeft vaak ook een ventilatieprobleem of te weinig nachtkoeling. Behandel het glas dus als één schakel in de keten en niet als de oplossing op zichzelf.
Is een lage g-waarde altijd beter?
Wat is het verschil tussen U-waarde en g-waarde?
Heeft triple glas een lagere g-waarde dan HR++?
Werkt zonwering beter dan zonwerend glas?
Offerte voor nieuwe kozijnen?
Vergelijk gratis en vrijblijvend erkende kozijnbedrijven bij jou in de regio.
Verder lezen